De blauw-oranje acrobaat keert in april terug naar de tuinen. Zo lok je hem

Een bijzondere vogel verschijnt in de lentetuin

Wanneer maart overgaat in april, duikt er een opmerkelijke en ongelooflijk levendige vogel op in tal van tuinen. Hij draagt als het ware een masker over zijn oog en loopt rechtstreeks met de kop naar beneden langs boomstammen omlaag.

Het gaat om de boomklever – een kleine bosvogel die thuishoort in oude boomgaarden en bosranden, en die met toenemende regelmaat ook particuliere tuinen bezoekt. Zijn aanwezigheid is allesbehalve toeval. Hij kiest uitsluitend plekken die aan heel specifieke eisen voldoen. Heb je oude, volwassen bomen in je tuin, dan is de kans om hem te ontmoeten verrassend groot.

De boomklever is een wettelijk beschermde soort, en ornithologen beschouwen hem als een indicator voor een hoge omgevingskwaliteit. Wanneer je hem in een tuin ziet, is dat een teken dat de omgeving voldoende structuur en natuurlijke schuilplaatsen biedt. Waar de boomklever neerstrijkt, tref je doorgaans ook andere wilde vogelsoorten aan – spechten, mezen en roodstaarten duiken typisch in hetzelfde gebied op.

Een kleine vogel met een heel uitgesproken karakter

De boomklever is zelfs op afstand gemakkelijk te herkennen. Hij heeft een compacte romp, een spitse snavel en een blauwgrijze bovenkant. De onderkant is oranje, soms met een licht roestkleurige gloed. Over het oog loopt een donkere streep die doet denken aan een masker.

Dit uiterlijk hangt nauw samen met de manier waarop de vogel beweegt. De boomklever kan moeiteloos verticaal met de kop naar de grond langs een boomstam naar beneden lopen – iets wat uiterst zeldzaam is onder tuinvogels. Sterke poten en scherpe klauwen stellen hem in staat vrijelijk op en neer te klimmen langs de schors.

Eenmaal in de buurt, maakt hij zijn aanwezigheid luidkeels kenbaar. Hij laat korte, scherpe roepen horen die meerdere keren achter elkaar worden herhaald. Dat is zijn manier om territorium af te bakenen. Hoor je energiek, droog gesjilp vanuit de boomtoppen, dan loont het de moeite om je om te draaien – de kans is groot dat het precies de boomklever is.

Waarom juist april? Een korte kalender voor de boomklever

De boomklever is een standvogel en blijft het hele jaar bij ons. Maar in de praktijk valt hij bij veel tuineigenaren vooral in het voorjaar op, wanneer het broedseizoen begint. Op dat moment verkent hij intensief het terrein op zoek naar een geschikte nestplaats.

Het vroege voorjaar is dus het moment waarop de aanwezigheid van de vogel het gemakkelijkst wordt opgemerkt. Hij wordt actiever, “praat” vaker en onderzoekt nauwgezet de stammen van oude bomen. Ornithologen melden dat voorjaarswaarnemingen van de boomklever in particuliere tuinen de afgelopen jaren sterk zijn toegenomen.

Welke tuinen trekken de boomklever aan

Niet elke tuin is aantrekkelijk voor deze soort. De boomklever is sterk gebonden aan bomen – en dan vooral oude. Hij heeft voornamelijk interesse in stammen met natuurlijke scheuren, rottende gedeelten en holtes.

Als er niet minstens één volwassen boom met natuurlijke beschadigingen in de tuin aanwezig is, daalt de kans dat de boomklever er neerstrijkt vrijwel tot nul. Experts bevestigen dit – zonder rijpe loofbomen heeft de boomklever simpelweg geen plek om te verblijven.

De meest geschikte plekken zijn:

  • tuinen met oude appel- of perenboomen
  • percelen grenzend aan loofbos of een park
  • tuinen waar minstens een deel “wild” wordt gehouden met volwassen bomen
  • oude lanen met bomen die veel natuurlijke holtes bevatten
  • tuinen met eiken, essen of linden
  • omgevingen bij oude boomgaarden met minimaal onderhoud

De boomklever hakt zelf geen gat. Hij maakt gebruik van holtes die er al zijn – uitgegraven door spechten of ontstaan door rotting in het hout. De grootte van de ingang is voor de vogel echter niet onbelangrijk. Is de opening te groot, dan verkleint hij die met kleiachtige grond of modder, waarmee hij als het ware een “omlijsting” rond het invlieggat vormt. Zo wordt het nest moeilijker bereikbaar voor roofdieren en concurrerende vogels.

De boswachter van je tuin: de boomklever en de bomen

Het leven van de boomklever draait bijna volledig om bomen. Hier vindt hij voedsel, beschutting en een nestplaats. Hij bewoont bij voorkeur loofbossen, oude boomgaarden en beboomde parken – en precies dezelfde omstandigheden probeert hij te vinden in particuliere tuinen.

Bestaat jouw tuin voornamelijk uit kortgeknipt gazon, enkele thujastruiken en één jonge kersenboom, dan is het onwaarschijnlijk dat deze vogel opduikt. Hij heeft de structuur nodig die meerjarige stammen, gebarsten schors en natuurlijke uitgroeiingen bieden. Hoe ouder een boom is, hoe meer niches hij herbergt – en hoe groter de kans dat de boomklever er interesse in toont.

De aanwezigheid van de vogel heeft bovendien een praktisch natuurlijk voordeel. Wanneer hij de schors afzoekt naar larven en insecten, draagt hij bij aan het in toom houden van de plaagdierenstand. Hij fungeert op zijn manier als een “kwaliteitscontroleur” van de tuinbomen, doordat hij ze regelmatig vanuit alle hoeken doorzoekt. Entomologen schatten dat één boomklever op één dag honderden kleine ongewervelden kan verwerken.

Wat eet de boomklever door de seizoenen heen

Het dieet van de boomklever wisselt sterk met de seizoenen. In de warmere periode overheersen dierlijke eiwitten, terwijl de winter zaad en noten op het menu brengt.

Lente en zomer – de tijd van de insecten

Vanaf april tot in de zomer concentreert de boomklever zich voornamelijk op wat er onder de schors schuilt: larven, kevers, spinnen en allerlei kleine ongewervelden. Dit voedsel is onmisbaar om snel groeiende kuikens groot te brengen. De vogel doorzoekt de stammen grondig en kijkt elke scheur en spleet na.

Herfst en winter – zaden en noten

Wanneer de insecten verdwijnen, verandert het dieet. De boomklever wendt zich tot zaden, noten en harde vruchten. Bij voorkeur kiest hij voor:

  • walnoten en hazelnoten (hij splijt of verbrijzelt ze)
  • zaden uit dennenappels
  • zonnebloempitten
  • andere harde zaden die met de krachtige snavel gekraakt kunnen worden

In de winter kan de boomklever gebruik maken van een voedertafel, maar hij kiest uitsluitend plekken die voedzame, calorierijke producten bieden. Gebroken noten en zonnebloem zijn duidelijk een betere keuze dan goedkope mengsels met grote hoeveelheden gierst. Biologen bevelen aan je te richten op kwalitatieve, vetrijke mengsels.

Zo vergroot je de kans dat de boomklever jouw tuin bezoekt

Je kunt deze vogel niet “op bestelling” lokken – maar je kunt wel de juiste omstandigheden creëren. Enkele eenvoudige keuzes in de tuin maken verrassend veel verschil.

Zet in op volwassen bomen

De grootste fout die veel tuineigenaren nog steeds maken, is het kappen van alle verouderende bomen “voor de netheid”. Maar juist die bomen vormen de beste vogelhuizen.

In plaats van elke boom met een holte te verwijderen, loont het de moeite een vakkundige beoordeling van de toestand te laten uitvoeren. Vaak is het voldoende om een deel van de kruin te snoeien om de boom veilig te maken – en toch kan hij nog dienst doen als schuilplaats voor tal van soorten, waaronder de boomklever. Boomverzorgers raden vaak aan minstens een deel van een oude stam te bewaren.

Laat de natuur haar gang gaan

Hoe minder “steriel” een tuin is, hoe interessanter de fauna die hij ondersteunt. Dode stamfragmenten, licht rottende takken of natuurlijke schorsscheuren zijn niet lelijk – ze creëren biodiversiteit. Juist op zulke plekken ontstaan natuurlijke niches die ideaal zijn als nestplaats.

Wil je een stap verder gaan, dan kun je een nestkast ophangen met een klein invlieggat, afgestemd op kleine vogels. Het gebeurt dat de boomklever zulke constructies benut en het gat naar eigen behoefte “aanpast” met leem. Ornithologen bevelen een gatdiameter van tweeëndertig millimeter aan.

Waarom het de moeite loont wilde vogels ruimte te geven

De boomklever is, net als vele andere soorten, wettelijk beschermd. Het gaat er niet om hem te temmen of te wennen aan handvoedering. Het doel is veeleer een tuin te creëren waar wilde dieren op eigen voorwaarden kunnen leven – vrij van menselijke verstoring.

Zo’n tuin fungeert als een klein, privaat stukje natuur. Hij biedt beschutting, verrijkt het landschap en maakt het dagelijks leven interessanter. Een boomklever met de kop naar beneden langs een stam zien glijden is een groter spektakel dan menig natuurdocumentaire op televisie.

Steeds meer mensen beginnen oude bomen met andere ogen te bekijken. In plaats van ze te zien als een probleem dat gekapt moet worden, beschouwen ze ze als levende huizen voor vogels, insecten en kleine dieren. In de praktijk is het voldoende om maar één zo’n boom op het perceel te bewaren om de kans op een bezoek van de boomklever aanzienlijk te vergroten. Misschien wordt jouw tuin wel de thuisbasis van deze kleine acrobaat.

Author

  • Ze presenteert haar blog als "recepten voor elke smaak, zonder gedoe". Ze deelt tips over hoe je je boodschappen goed kunt organiseren, weekmenu's kunt plannen, gezonde maaltijden kunt bereiden zonder bewerkte producten en tijd in de buitenlucht kunt doorbrengen.

Scroll naar boven