Onderzoekers maakten menselijke eicel van gewone huidcel. Wat betekent dat voor de toekomst

Een huidcel wordt een bevruchte eicel – wat de wetenschap zojuist heeft bereikt

Biologen van de Universiteit van Oregon zijn erin geslaagd een huidcel om te zetten in een rijpe eicel die in staat is tot bevruchting. Voorlopig gaat het om een laboratoriumexperiment met tal van beperkingen, maar het opent volledig nieuwe mogelijkheden voor de behandeling van onvruchtbaarheid.

Stel je voor dat een klein huidstukje voldoende zou zijn om een kind te krijgen met je eigen genetisch materiaal – zelfs als je lichaam geen eicellen kan aanmaken. Dat is precies het scenario dat deze doorbraak een stap dichter bij de realiteit brengt.

Wie staat achter het onderzoek en wat hebben ze gepubliceerd?

Onderzoekers van de Oregon Health & Science University publiceerden de resultaten van experimenten waarbij ze met succes menselijke oöcyten creëerden uit gewone huidcellen. Terwijl klassieke reproductieve geneeskunde werkt met eicellen die rechtstreeks uit de eierstokken worden gehaald, biedt deze methode een alternatief voor mensen die hun eicelvoorraad zijn kwijtgeraakt door chemotherapie, bestraling of aangeboren aandoeningen.

De geleidelijke verbetering van technieken voor het herprogrammeren van cellen toont aan dat de grens tussen verschillende weefseltypen lang niet zo vast is als men ooit dacht. Experts benadrukken echter dat er nog vele jaren van testen en ethische overwegingen nodig zijn voordat de methode in de klinische praktijk kan worden ingevoerd.

Hoe wordt een stukje huid een bevruchte eicel?

Het hele proces begint met het verwijderen van de kern uit een huidcel. Die kern bevat een volledig pakket genetisch materiaal – in totaal 46 chromosomen. Vervolgens brengen de onderzoekers die kern over naar een gedoneerde oöcyt waaruit het oorspronkelijke genetische materiaal vooraf is verwijderd.

Het resultaat is een hybride eicel: het cytoplasma is afkomstig van de donor, terwijl het DNA afkomstig is van de huidcel van een specifieke persoon. Het probleem is dat zo’n oöcyt aanvankelijk 46 chromosomen heeft – dus een volledig pakket. Een natuurlijke eicel heeft slechts 23 chromosomen, omdat ze zich moet verbinden met 23 chromosomen van een zaadcel.

De biologen ontwikkelden een kunstmatige methode om de cel te dwingen de helft van haar chromosomen af te stoten. Daarvoor gebruikten ze een zelf ontwikkelde aanpak die ze mitomeiose noemen – een combinatie van elementen uit de celdeling die typisch is voor weefselgroei en het proces dat leidt tot de vorming van geslachtscellen. De cel wordt ertoe gebracht zich te gedragen alsof ze het natuurlijke rijpingsproces van een eicel doorloopt.

Roskovitine, elektrische impuls en ICSI in de praktijk

Een sleutelrol in deze kunstmatige meiose speelt roskovitine – een stof die enzymen blokkeert die de celdeling aansturen. Gecombineerd met elektroporatie, een kort elektrisch stootje dat tijdelijk de celmembraan opent voor bepaalde moleculen, lukt het een atypische vorm van celdeling af te dwingen.

Na deze ingreep trekken een deel van de chromosomen weg naar structuren die fungeren als zogenaamde poollichaampjes, terwijl er in de cel een verminderd aantal chromosomen achterblijft. Als alles verloopt zoals gepland, wordt de cel haploïd – ze bevat dan 23 chromosomen, net als een klassieke menselijke oöcyt.

Daarna volgt bevruchting via de standaardtechniek die bij IVF wordt gebruikt – ICSI, waarbij een enkele zaadcel rechtstreeks in de eicel wordt geïnjecteerd. Op die manier verifiëren de onderzoekers of de in het laboratorium gecreëerde oöcyt ook werkelijk functioneert als een echte eicel en of ze de vroege embryonale ontwikkeling op gang kan brengen. Artsen van de Universiteit van Oregon voerden tientallen experimenten uit met verschillende elektroporatieprotocollen en doses roskovitine.

De slaagkans is nog erg laag en DNA-fouten komen vaak voor

Vanuit het oogpunt van de biologen vertegenwoordigen deze eerste resultaten een grote stap voorwaarts. Vanuit het perspectief van patiënten gaat het echter om iets wat nog heel ver in de toekomst ligt. Van 82 kunstmatig gecreëerde oöcyten leidde slechts een klein deel tot embryo’s die het blastocyststadium bereikten – ruwweg de zesde ontwikkelingsdag.

Dat is precies het moment waarop embryo’s bij geassisteerde voortplanting normaal worden overgedragen naar de baarmoeder. In dit experiment bereikte ongeveer 9 procent van de embryo’s dat stadium. Interessant genoeg sterven ook bij natuurlijke bevruchting of klassieke IVF veel embryo’s – doorgaans bereikt slechts 30 tot 40 procent het blastocyststadium.

Alle embryo’s die waren gecreëerd uit oöcyten afkomstig van huidcellen vertoonden ernstige chromosomale afwijkingen die een verdere gezonde ontwikkeling onmogelijk maken. Meestal ging het om een foutieve verdeling van chromosomen tussen de eicel en de structuren die overtollig genetisch materiaal verwijderen. Het gevolg is aneuploidie – een verkeerd aantal chromosomen of fout gepaarde chromosomenparen. In de praktijk heeft zo’n embryo geen enkele kans om uit te groeien tot een gezond kind.

Een bijkomend probleem is het ontbreken van genetische recombinatie, die normaal typerend is voor de natuurlijke meiose. Dit proces zorgt voor de uitwisseling van DNA-segmenten tussen chromosomenparen en verbetert de genetische kwaliteit van het nageslacht. Hier wordt de natuur omzeild, wat kan leiden tot subtiele en moeilijk voorspelbare gezondheidsgevolgen.

Wie zou in de toekomst kunnen profiteren van eicellen gemaakt uit huid?

Als het lukt deze techniek te beheersen, zou de lijst van potentiële begunstigden erg breed zijn. Het gaat in de eerste plaats om mensen voor wie de huidige geneeskunde zeer beperkte opties biedt als het aankomt op biologisch ouderschap.

  • Vrouwen na kankertherapie waarbij chemotherapie of bestraling de eicellen heeft vernietigd
  • Personen met een aangeboren afwezigheid van functionerende eierstokken
  • Vrouwen bij wie de ovariële reserve te vroeg is uitgeput
  • Koppels van hetzelfde geslacht die een kind willen met het genetisch materiaal van beide partners
  • Mannen na letsels of ziektes die het voortplantingssysteem hebben aangetast
  • Mensen met genetische aanleg voor vroege vruchtbaarheidsstoornissen

In zo’n medische toekomstvisie zou een klein huidstukje volstaan om een oöcyt te creëren die genetisch verbonden is met de betrokken persoon. Voor vrouwen zou dat de mogelijkheid betekenen om gedoneerde vreemde eicellen te vermijden en een volledige genetische band met het kind te bewaren. Onderzoekers van de Oregon Health & Science University benadrukken dat dit potentieel jaarlijks duizenden patiënten zou kunnen helpen.

Het meest verstrekkende scenario betreft mannelijke koppels. Theoretisch staat niets eraan in de weg om een huidcel van de ene partner om te zetten in een eicel en die te bevruchten met het zaad van de andere. Dat is een volledig nieuwe configuratie van ouderschap waarvoor de wetgeving, de geneeskunde en de ethiek tot op heden nog nooit gestaan hebben. Een open vraag is hoe een dergelijk kind de genomische imprintingpatronen zou erven die typisch zijn voor respectievelijk moederlijke en vaderlijke genen.

Waar werken de onderzoekers verder aan en wat moet er nog worden opgelost?

Het team van de Universiteit van Oregon werkt nu aan een betere controle over de rangschikking en verdeling van chromosomen tijdens de kunstmatige meiose. Dat betreft zowel de chemie van de gebruikte stoffen als de details van elektroporatieprotocollen en de duur van de afzonderlijke fasen. De onderzoekers testen verschillende concentraties roskovitine en alternatieve blokkers van de celcyclus.

Experts benadrukken dat er minimaal nog meerdere jaren intensief onderzoek nodig zijn voordat iemand kan nadenken over het toepassen van deze techniek in vruchtbaarheidsklinieken. Er zijn ook studies op diermodellen en aanzienlijk bredere veiligheidsanalyses vereist. Artsen uit verschillende instellingen vragen nu al om internationale coördinatie van deze experimenten.

Een belangrijke kwestie is de genomische stabiliteit van kunstmatig gecreëerde oöcyten. Biochemici onderzoeken of er DNA-schade optreedt tijdens de kernoverdracht en de elektroporatie. Een ander thema is epigenetica – chemische markeringen op het DNA die beïnvloeden welke genen actief zijn. Die markeringen zijn verschillend in eicellen en zaadcellen, en een correcte instelling ervan is cruciaal voor een gezonde embryonale ontwikkeling.

Het ethische dilemma: waar houdt weefsel op en begint het potentieel voor nieuw leven?

Wanneer onderzoekers geslachtscellen beginnen te maken van cellen die oorspronkelijk geen reproductieve functie hadden, vervaagt de grens tussen gewoon weefsel en het potentiële begin van leven. Een huidcel die iemand achterlaat op een koffiemok of een tandenborstel is niet langer louter biologisch afval.

Er rijzen vragen over wie het reproductieve potentieel bezit dat verborgen zit in de cellen van ons lichaam, en hoe ver een toestemming voor het gebruik ervan kan reiken. Bepaalde landen, zoals Australië, hebben zeer restrictieve regels voor het aanmaken van embryo’s in het laboratorium. Juristen waarschuwen dat zulke experimenten gebieden kunnen raken die formeel verboden zijn, omdat de definitie van wat een voor voortplanting bestemde cel is, verandert.

Specialisten in de reproductieve geneeskunde wijzen er ook op dat transparantie in het onderzoek en een zeer streng toezicht onmisbaar zijn. Het gaat niet alleen om maatschappelijke aanvaarding, maar ook om de veiligheid van toekomstige kinderen. Aneuploidie, het ontbreken van recombinatie, mogelijke verstoringen in genomisch imprinting – dit alles kan zich vertalen in ziektes waar we vandaag nog maar weinig van weten.

Het debat beperkt zich niet tot technische vraagstukken. Het concept van een gezin gebaseerd op genetische banden is zelf in beweging. Een kind dat is ontstaan uit huidcellen van twee mannen zou een volledig andere erfelijke imprintingstructuur hebben dan een kind uit een klassieke man-vrouwrelatie. Bio-ethici zijn al begonnen te discussiëren over hoe zo’n ouderschap wettelijk erkend moet worden. Tegelijkertijd groeien de zorgen over de commercialisering van deze technologie en het ontstaan van nieuwe sociale ongelijkheden in de toegang tot geavanceerde reproductieve geneeskunde.

Author

  • Ze presenteert haar blog als "recepten voor elke smaak, zonder gedoe". Ze deelt tips over hoe je je boodschappen goed kunt organiseren, weekmenu's kunt plannen, gezonde maaltijden kunt bereiden zonder bewerkte producten en tijd in de buitenlucht kunt doorbrengen.

Scroll naar boven