Pensioen dekt de rekeningen niet voor de meeste Europese gepensioneerden
In slechts vier EU-landen ontvangen gepensioneerden een pensioen dat hoog genoeg is om hun dagelijkse kosten volledig te dekken. Voor de overgrote meerderheid geldt dat het maandelijkse bedrag simpelweg niet toereikend is.
Stijgende levensduurte maakt het er de afgelopen jaren niet eenvoudiger op. Wie dacht dat het pensioen voldoende zou zijn, komt steeds vaker bedrogen uit.
Wat zegt het onderzoek precies?
Een analyse uitgevoerd door DataPulse Research vergelijkt het gemiddelde brutopensioen met de geschatte gemiddelde uitgaven van 65-plussers. De resultaten zijn ontnuchterend voor de meeste Europese landen.
Denemarken behoort nog tot de landen waar het verschil relatief beperkt blijft. Het gemiddelde pensioeninkomen vóór belastingen bedraagt daar omgerekend 227.796 Deense kroon, terwijl de jaarlijkse kosten worden geschat op 245.721 kroon. Dat betekent een tekort van ongeveer 17.925 kroon per jaar, ofwel zo’n zeven procent.
In de praktijk dekt het Deense pensioen het dagelijks verbruik dus bijna volledig, maar haalt het net niet de eindstreep.
Slechts vier landen scoren positief
Spanje is een van de weinige uitzonderingen waar gepensioneerden het financieel wél redden met hun staatspensioen. Het gemiddelde jaarlijkse brutopensioen ligt er op 19.844 euro, terwijl de geraamde uitgaven uitkomen op 19.349 euro. Dat geeft een overschot van ongeveer drie procent.
Drie andere landen bevinden zich in dezelfde gunstige situatie:
- Roemenië — overschot van 21 procent
- Tsjechië — overschot van 18 procent
- Polen — overschot van 4 procent
Europa-gemiddelde toont een zorgwekkend beeld
Het gemiddelde EU-pensioen ligt volgens het onderzoek op 17.300 euro per jaar, terwijl de gemiddelde uitgaven van gepensioneerden oplopen tot 21.700 euro. Dat gat is groot genoeg om mensen in financiële problemen te brengen als ze geen aanvullend spaargeld of andere inkomsten hebben.
In veel landen betekent dit dat gepensioneerden gedwongen worden te snijden in hun dagelijkse uitgaven of extra reserves moeten aanspreken die ze tijdens hun werkzame leven hebben opgebouwd.
Duitsland en Frankrijk: pensioen schiet fors tekort
Twee van de grootste Europese economieën scoren bijzonder slecht in deze vergelijking. Duitsland en Frankrijk hebben allebei een gemiddeld pensioenniveau van rond de 19.000 euro per jaar.
Toch lopen de geschatte jaarlijkse kosten voor gepensioneerden in Duitsland op tot bijna 29.000 euro en in Frankrijk tot zo’n 26.000 euro. Dat betekent een structureel tekort dat voor veel gepensioneerden moeilijk op te vangen valt zonder aanvullende voorzieningen.
Wat betekent dit voor gepensioneerden?
De conclusie is duidelijk: voor de meerderheid van Europese gepensioneerden volstaat het publieke pensioen simpelweg niet om alle levenskosten te dekken. Aanvullend pensioensparen, persoonlijke reserves of andere inkomsten zijn in de meeste landen geen luxe maar een noodzaak.
Wie tijdig begint met extra sparen of een aanvullend pensioenplan opbouwt, staat er na zijn of haar pensioenleeftijd aanzienlijk beter voor. Dat geldt niet alleen voor Denen, maar voor gepensioneerden in vrijwel heel Europa.













